Mild Despotisme

D. van der Werf,
Lopikerkapel, 27 september 2017

A.J. Kruiter: Mild despotisme: de heden-daagse democratie en verzorgingsstaat door de ogen van Alexis de Tocqueville (2010)

De auteur van dit boek onderzoekt de Neder-landse samenleving aan de hand van de denkbeelden van de negentiende-eeuwse denker Alexis de Tocqueville. Volgens Krui-ter is mild despotisme de kern van het ge-dachtegoed van De Tocqueville. Onder het milde despotisme wordt de drang van de overheid tot centralisering en bureaucratise-ring verstaan. De Tocqueville biedt inzicht in de destructieve mechanismen van de demo-cratische samenleving. De complexe wijze waarop beleid, bestuur en samenleving op elkaar inwerken, zijn de structurele eigen-schappen die het systeem van mild despotis-me vormen. Zelfonderzoek is noodzakelijk om ons te wapenen tegen het milde despotisme.

,,Ik heb in Amerika een beeld gezocht van de democratie zelf”, schreef Alexis de Tocque-ville, die in 1831-1832 door de jonge Ameri-kaanse republiek reisde. De vraag die de auteur steld is: ,,Wat zou de politiek filosoof Tocqueville zien als hij in het democratische Westen anno 2011 zou rondreizen?”

Egoïsme is van alle tijden. Maar individua-lisme is een specifiek kenmerk van democra-tie. Volgens De Tocqueville leidt individua-lisme tot een steeds verder voortschrijdende bureaucratie. Hoe meer de mens zich opsluit in zijn kleine kringetje, hoe minder hij zich drukt maakt om de publieke zaak. En hoe meer de overheid dat publieke domein zal claimen. Dat versterkt weer het individualis-me. Bureaucratie en individualisme jagen elkaar aan.

Onder een democratisch gesternte wordt de burger geleidelijk individualistischer en de overheid bureaucratischer. Kruiter. De erva-ring leeert de overheid steeds verder het pri-védomein binnendringt. Ambtenaren die een web van regels spinnen en achter de voor-deur kijken wat de mensen daar aan het doen zijn.

DeTocqueville noemde dit verschijnsel ,,mild despotisme”, omdat het met de beste bedoe-lingen gebeurt en zonder fysiek geweld. Maar door de ijver om de maatschappij te verbete-ren worden de burgers uiteindelijk tam en weerloos gemaakt.

Is het mogelijk om die ontwikkeling tegen te gaan? Daar zag Tocqueville in Amerika te-gelijk tekenen van. De overheid bleef daar niet ongeremd de publieke ruimte claimen. Op lokaal niveau bestond er namelijk een solide democratische cultuur. De Amerika-nen, hoe individualistisch ze ook waren, had-den een goed begrip van hun eigen belang. Zij hadden geleerd wat democratie betekent door die zelf te beoefenen. Ze begrepen dat je samen voor je eigen omgeving moet zorgen en dat concessies daarbij onvermijdelijk wa-ren.

Welbegrepen eigenbelang, gebaseerd op per-soonlijke democratische ervaringen, vond hij heel belangrijk om de interactie tussen bu-reaucratie en individualisme te doorbreken.

Hij zag ook het verschil in de gezagsverhou-dingen in het Europa dat hij kende en die in hij in Amerika waarnam. In Europa en met name ook in Frankrijk werd de dienst uitge-maakt van bovenaf door de heersende kliek, de adel en de rijke grondbezitters. In Ameri-ka was de Engelse klik er juist uitgegooid en had de burgerij het voor het zeggen. Dat maakte een groot verschil en die ervaring vormde de basis voor zijn reisverslag.

In Nederland waren de gezagsverhoudingen zeventiende eeuw niet zo top down als bij-voorbeeld in Frankrijk, waar De Tocqeville vandaan kwam.

Maar juist die democratische ervaring is de afgelopen decennia beetje bij beetje uit Ne-derland verdwenen, constateert Kruiter. “In de jaren vijftig deden burgers nog veel din-gen nog zelf – er werd goed voor elkaar ge-zorgd, zonder overheidsinmenging. Toen is de overheid dat allemaal gaan verstatelijken. Langzaam werd dat hele maatschappelijke middenveld geïnstitutionaliseerd.

Als voorbeeld noemt Kruiter de persoonsge-bonden budgetten (pgb’s). “Mensen die ge-heel uit eigener beweging voor elkaar zorg-den, dat vond de overheid zo prachtig met als reactie: we gaan die mensen betalen. Heel nobel, maar wat de overheid in feite deed, was een sociale relatie vervangen door een financiële. Daarmee stimuleer je geen socia-le bewogenheid, maar juist individualisme en eigenbelang.

Maar er is veel meer aan de hand. De ver-zorgingsstaat is een ding. Die is duidelijk uit zijn voegen gegroeid. Met als resultaat het verschijnsel van de calculerende burger. Daarnaast de uitgebreide voorschriften voor van alle wat je maar kan verzinnen: bouw-voorschriften, ruimtelijke ordening, woning-toewijzing, veiligheidsvoorschriften, noem maar op. Met als resultaat dat de voorschrif-ten elkaar tegenspreken, zodat de radeloze individuele burger niet meer weet wat hij moet doen en dus niets doet of om het voor-zichtig te zeggen het niet zo nauw meer neemt met de wet en de regelgeving.

Hoe moet de overheid maatschappelijk initia-tief dan stimuleren? Een overheid die maat-schappelijk initiatief gaat stimuleren is een moeilijk voorstelbaar fenomeen. Het gaat ervan uit dat een democratische cultuur van bovenaf kan worden gecreëerd. Is dat niet de ultieme betutteling? Burgers doen iets leuks, en hop, je geeft ze subsidie – waarna ze het vervolgens precies volgens jouw regels moe-ten doen. Met die goedbedoelde steun ben je juist bezig de democratie te ondermijnen.”

Die pgb’s staan nu weer op de helling. De overheid trekt zich terug, de verzorgingsstaat wordt meer en meer ontmanteld. Zou het helpen? Als je goed kijkt, dan is de bood-schap van dit kabinet: jullie moeten het zelf gaan doen, want het geld is op, maar we gaan wel meekijken of jullie het goed doen en zo niet, dan geven we jullie een boete.”

Eigenlijk is dit onmenselijk. De burger is jarenlang afgeleerd zelf initiatief te nemen. En nu trekt de overheid haar zachte hand opeens terug, ten faveure van de markt. Maar de overheid blijft ons wel controleren. Tocqueville had nooit kunnen voorzien wat er op dit moment gebeurt. Hij zou verbijsterd zijn geweest. Dit is de opperste triomf van het milde despotisme. Nu ja, zo mild is het on-derhand niet meer.”

Het perspectief van het milde despotisme door de auteur uitgewerkt met de praktijk rond de AWBZ. Deze ontwikkelingen blijken goed te vergelijken met de algemene ontwik-kelingen van bureaucratisering die Tocque-ville zag bij het ontstaan van de democrati-sche samenleving. Het boek is de weerslag van het promotieonderzoek van de auteur. Het is goed gedocumenteerd en een waarde-volle verdieping voor iedereen die zich be-zighoudt met openbaar bestuur.