Onbeheersbare Wisselkoers

D. van der Werf, Lopikerkapel, eind augustus 2017

In NRC van 18-08-2017 (,,Wedijveren in de monetaire politiek” van Maarten Schinkel) werd aangegeven hoe nauw de wisselkoers dollar-Euro samenhangt met het renteverschil tussen de eurozone en de VS. Intussen is de Euro zonder rentestijging tegenover de Dollar omhooggegaan en ligt nu (eind augustus) op een niveau van $ 1,20. Wie had dat verwacht?

Traditioneel heeft een centrale bank de opdracht de geldvoorziening zo te regelen dat een algemene prijsstijging wordt voorkomen. Het instrument dat daarvoor ingezet kan worden is de algemene rentevoet. Een centrale bank houdt de rente laag als geen prijsstijging wordt verwacht en drijft de rente op als dat nodig is om prijsstijging te voorkomen. De rentepolitiek van een centrale bank is als een touw waar je wel aan kan trekken, maar niet tegen duwen. Met renteverhoging kan een oververhitte hausse wel worden afgeremd. Met een lage rente is het integendeel maar afwachten of de stimulans gaat pakken. Men zegt wel: je kan een paard wel naar een bron brengen, maar het is maar afwachten of het wel wil drinken.

Overigens worden nu de zaken omgedraaid: de ECB streeft naar een prijsstijging van 2%, en is teleurgesteld dat de 2% niet gehaald wordt. Op zichzelf is dat al heel merkwaardig. Als de taak van de centrale bank is de geldwaarde zoveel mogelijk stabiel te houden, dat zou de bank blij moeten zijn dat de 2% niet gehaald wordt, dan zou het bankbeleid er veeleer op gericht mogen zijn om de prijsstijgingen in voorafgegane jaren door prijsdalingen te compenseren. Het beleid is niet uit te leggen.

De ECB hoopt nog steeds door het creëren van liquiditeit via het opkopen van staatspapier en ook van particuliere obligaties (QE) het bedrijfsleven tot meer activiteit te verleiden. In feite bedrijft de ECB hiermee conjunctuurpolitiek, een handelwijze die traditioneel niet tot de competentie van een centrale bank behoort. Ook dit is niet uit te leggen.

Inmiddels begint het tijd te worden om de excessieve liquiditeitscreatie stop te zetten en om te zetten in liquiditeitsvernietiging door het weer verkopen van de obligaties tegen lage prijzen waardoor de rente weer oploopt. Dat zou de stijging van de wisselkoers kunnen tegengaan. Dat zou de ECB normaliter kunnen appreciëren.

In een minder uitzonderlijke situatie zou men verwachten dat de samenhang tussen de rente en de wisselkoers laat zien dat de munt bij rentestijging sterker wordt en daarmee geïmporteerde goederen en diensten goedkoper. In de huidige situatie komt de nagestreefde 2% prijsstijging echter verder uit zicht. Hoera zegt de burger. Helaas zegt de ECB.

Het wisselkoersbeleid is intussen het kind van de rekening. Het oplopen van de wisselkoers wordt tot een soort onbeheersbaar bijverschijnsel. Blijft het probleem van ongewenste effecten, bijvoorbeeld dat de uitvoer in prijsgevoelige sectoren stagneert waardoor de groei in zuidelijke EU lidstaten zou achterblijven en de werkloosheid er oplopen. Alleen de EU lidstaten buiten het Eurogebied kunnen zich indien nodig verdedigen door depreciatie van hun valuta.

De rente kan overigens niet permanent kunstmatig laag worden gehouden. Zeker niet in een tijd van hoogconjunctuur, zouden economen als Wicksell en prominenten van de Oostenrijkse School als Von Mises en Hayek zeggen, want dan is het risico van onbeheersbare cumulatieve prijsstijging in de toekomst toch te groot. Dat is ook het standpunt van veel economen in de noordelijke EU lidstaten, met name in Duitsland.

Overigens wreekt zich hier dat de monetaire politiek van de ECB teveel het karakter krijgt van een ,,Kurieren am Symptom”, te weinig een duidelijk verband voor ogen heeft dat kan worden uitgelegd aan politici en bevolking. Het is ook best lastig en bovendien gevaarlijk dit aan de politici en de bevolking uit te leggen, als je zelf ook zoekende bent naar de juiste maatvoering om te normaliseren, als het weliswaar conjunctureel beter gaat, maar structureel nog veel werk valt te verzetten, om niet weer in een crisis verzeild te raken.

We missen hier dan ook een heldere analytische uiteenzetting, diagnose en therapie, met doelvariabelen en instrumenten die effectief gehanteerd kunnen worden, zoals Jan Tinbergen altijd probeerde en Jelle Zijlstra indertijd dat goed aan de Tweede Kamer en de bevolking wist uit te leggen.