Verschuivingen in de consumptieve bestedingen

Lopikerkapel, eind augustus 2017

In de Amerikaanse pers valt te lezen dat er recent verschuivingen zijn opgetreden in de omvang en richting van de comsumptieve bestedingen van gezinnen. Behalve dat de besparingen van gezinnen zijn toegenomen in verband met de onzekerheid tijdens de recessie, zijn er verschuivingen opgetreden in de richting van de bestedingen. Met name worden in dit verband voor de VS drie opvallende verschijnselen genoemd:
1. Buying more on line,
2. Too many malls,
3. Shifting spending to meals out.

Het gaat er nu om of en in hoeverre deze verschijnselen zich hier in West-Europa zich ook voordoen, en wat daarvoor de drijfveren zijn.

Een belangrijke drijfveer, die wij overigens gemeen hebben met de Amerikanen, is de voortschrijdende emancipatie die tot uitdrukking komt in de werkende vrouw, die in tegenstelling tot het nog niet zo lang geleden verleden niet de energie en de tijd meer over heeft om boodschappen te doen en eten te koken. En ook niet de tijd vrij om uitgebreid te winkelen. Het computertijdperk biedt het gemak om thuis te zien wat er te koop is en het thuis te laten komen en het via een bankoverschrijving te betalen.

De Amerikanen noemen ook het eten buiten de deur. Dat is ook hier het geval. Het gaat niet alleen het eten in een restaurant of andere eetgelegenheid, maar ook het laten thuis bezorgen van complete maaltijden. Dat is altijd duurder dan thuis koken. Dat wil zeggen, er schiet van het dagelijks budget minder over voor andere dingen.

Wij zien de gevolgen ervan in de vorm van bedrijfsluitingen in de winkelcentra. Het parkeerprobleem in de stadscentra speelt daarbij mee. In Amerika is normaliter voldoende parkeerruimte bij de ,,malls”, maar daar doet zich het probleem van overcapaciteit niettemin ook voor.

Wat we waarnemen is de enorme moeite die de detailhandel doet om het hoofd boven water te houden. Dat geldt over de gehele linie, kleding, schoeisel, levensmiddelen, of meubilair of andere duurzame goederen. De strijd om klanten te binden is hevig. Dagelijks vallen de aanbiedingen op de mat. Aanbiedingen van kortingen op de prijzen van duurzame gebruiksgoederen. Het lijkt erop alsof er permanent uitverkoop is. Ook uitnodigingen voor mode-exposities etc. om klanten naar de winkel te lokken.

Op het moment van schrijven wordt door gezaghebbende autoriteiten op het gebied van de nationale economie min of meer juichend verklaard dat de recessie voorbij is en een economische groei van 3,3% in het vooruitzicht gesteld. De vraag doet zich voor of dit voor alle bedrijfstakken gelijk geldt.

Hoe verhoudt dit zich tot de waarneming dat de uitverkoop in mode-gevoelige sectoren zoals textiel en kleding, schoenen en meubilair maar aan houdt. Kennelijk heerst daar een grote behoefte aan inkomsten. Dat is begrijpelijk omdat de voorraad voor het nieuwe seizoen moet worden gefinancierd en dat valt niet mee als het getij verloopt. Verschillende oorzaken zijn aannemelijk:

• De lonen zijn tot nog toe niet of nauwelijks gestegen, hetgeen betekent dat men meer op de centen past;
• De werkgelegenheid neemt nauwelijks toe omdat het aanbod onvoldoende op de vraag past;
• Werkgevers zijn huiverig omdat nieuwe bepalingen in het arbeidsrecht meer risico’s voor werkgevers inhouden;
• De bestedingen van gezinnen verplaatsen zich net als in Amerika via de computer naar verzendhuizen en of naar thuis bezorgde maaltijden of naar eten buitenshuis.

Het CBS heeft dit recent ook geconstateerd, althans wat de kleding betreft: ,,Nederlanders kopen steeds meer kleding op het internet. De online detailhandelsomzet van deze artikelen steeg in 2016 met bijna 15% ten opzichte van het jaaar ervoor.” (De Telegraaf 29-08-17)

Hoe zal het nu verder gaan als de economische groei blijft aantrekken? Er zijn vier gevaren die om de hoek komen kijken:
1. stijgende kosten van bedrijfshuisvesting, nu reeds zichtbaar op de woningenmarkt, maar is in het voetspoor ook bij ander vastgoed te verwachten,
2. een stijging van de tot nog toe kunstmatig laaggehouden rente, en
3. de toegenomen gestrengheid van de banken bij de financiering van niet al te sterke cliënten, nu de banken zelf onder druk staan om hun reserves te versterken,
4. het beleid van gemeenten om stadscentra zoveel mogelijk autovrij te maken door middel van verordeningen en parkeertarieven.

Conclusie: het ziet er voor de winkelhoudende detailhandel en met name voor het klein- en middenbedrijf niet zo goed uit.

In Amerika wordt gesproken van ,,too many malls”. Malls zijn overdekte winkelcentra, waar van alles te koop is. Wij kennen die vorm van koopcentra in Europa niet of in beperkte mate. Maar dezelfde negatieve trend vinden wij wel terug in de stadcentra en centra van agglomeraties van enige omvang. Daar is de malaise duidelijk waarneembaar in de lege etalages.

Bij het grootbedrijf ligt het niet anders. Het is niet voor niets dat een gerenommeerd warenhuis als V&D het heeft moeten opgeven. Het assortiment van V&D paste kennelijk niet op de ontwikkeling van de vraag die zich afsplitst in eenvoudig en goedkoop aan de ene kant en kwalitatief superieur en dus wat duurder. De Bijenkorf heeft dat gezien en heeft het assortiment opgekrikt en het aantal vestigingen gereduceerd.

Bij het levensmiddelenbedrijf ligt het wat anders. Traditioneel hebben levensmiddelenbedrijven met veel vestigingen, zoals Albert Heijn om een voorbeeld te noemen, een breed, kwalitatief uitstekend assortiment. Daartegenover zijn in het jonge verleden concurrerende bedrijven zoals Aldi en Lidl opgekomen met een goedkoper, maar minder breed assortiment. Het aanhouden van een breed assortiment is relatief duur. Wat doet nu de klant die op de centen moet passen? Hij of zij zoekt de goedkoopste plaats voor de dagelijkse dingen en gaat naar de duurdere winkel voor de bijzonderheden die niet voor de laagste prijs beschikbaar zijn. Vandaar al die aanbiedingen zoals ,,tweede voor de halve prijs”, enz.

Intussen staat in de krant in een uitgebreide rapportage te lezen hoe de supermarkt Jumbo vol inzet op ,,online”: ,,Jumbo wil de grootste online retailer van het land worden. Het Veghelse bedrijf zet alles op alles om dit te bereiken” (zie De Telegraaf 30-08-2017). Of dat lukt zullen we maar afwachten.

Niet alleen het levensmiddelenbedrijf heeft last van de verschuiving van de consumptieve bestedingen. Wat te denken van de handel in huishoudelijke artikelen, hoe verhouden de prijzen bij Blokker zich tot die van Action? Blokker is aan het vernieuwen. Het is eveneens afwachten of een zaak als Blokker het zal kunnen volhouden.

De Amerikanen noemden als factor die een verschuiving meebracht: ,,meals out”. Dat verschijnsel doet zich ook hier voor. De trend is ook hier dat man en vrouw werken. Het gevolg is dat er minder tijd en/of energie over is om maaltijden voor te bereiden. Tussen de middag een broodje of iets anders halen, ’s-avonds pizza laten komen of op restaurant gaan. Effectief een verschuiving van de bestedingen. Jumbo meent hierop in te kunnen spelen door de overname van ,,La Place”, ,,AC” en andere courante aanbieders van ,,meals out”.

De economie is zich na de recessie aan het herstellen. De ervaring leert dat de wereld verandert en dat de wereld zoals die voor de recessie was nooit weer terug komt. We hebben het nu om een verschuiving in de consumptieve bestedingen van gezinnen gehad. Verschuivingen tekenen zich ook op andere plaatsen af. Daarover een andere keer.