Effect van negatieve rente

De laatste tijd is er veel te doen over negatieve rente. De Europese Centrale Bank is er recent toe overgegaan, terwijl de Japanse en de FED – deAmerikaanse centrale bank – hier reeds eerder toe zijn overgegaan. Hieronder een kort overzicht over de toepassing en over welke effecten kan men ervan verwachten. In Europa is het doel wat men ermee verwacht te bereiken een stimulering van de activiteit in de particuliere sector door de creatie van liquiditeit en de bestrijding van deflatoire tendenties in de Europese economie.

 De financiële relaties van de particuliere banken met de monetaire autoriteiten verlopen langs twee soorten rekeningen:

  1. reservedeposito’s, gedeeltelijk verplichte reserves, gedeeltelijk onverplicht;
  2. leningen van banken tegen onderpand.

 Onder normale omstandigheden wordt een depositorente op deposito’s vergoed, op de leningen wordt rente in rekening gebracht.

 Ad 1. Bij negatieve rente zijn deposito’s niet gratis, maar wordt een vergoeding in rekening gebracht voor de stalling van de reserves. Dat is dus ongunstig voor de banken en eventuele andere institutionele beleggers die een rekening bij de centrale monetaire autoriteiten aanhouden om hun onverplichte reserves veilig te stallen. Het is een soort belasting die ertoe dient om zo min mogelijk reserves aan te houden, maar het geld uit te lenen en zo de economie op gang te houden. Intussen zijn zij wel genoodzaakt om de belasting op deposito’s op enige manier aan hun cliënten door te berekenen, maar dat valt niet mee, want bij negatieve rente op spaardeposito’s zouden de spaarders wellicht hun tegoeden kunnen gaan opnemen en onder de matras bewaren. Zo houd je de economie niet op gang!

 Bij negatieve rente op leningen is dit voor banken en eventuele andere institutionele beleggers die een rekening bij de centrale monetaire autoriteiten aanhouden daartegenover gunstig. Ook hier is de gedachte een stimulans te creëeren om de lening door te geven aan bedrijven en gezinnen en zo de economie op gang te houden.

 Men kan zich afvragen of het monetaire beleidsinstrument van een negatieve rente wel zo doeltreffend is. Daarover wordt verschillend gedacht. Banken en andere institutionele beleggers voelen zich niet verantwoordelijk voor de crisis en lenen alleen uit als ze er voordeel in zien uit hoofde van rente en zekerheid. In tijden van crisis zijn ze terughoudend, vooral waar zij met problemen zitten bij reeds uitstaande leningen. Tegelijk is er weinig kredietvraag in de particuliere sector: niet zelden is het bij cliënten meer zaak om het hoofd boven water te houden en zoveel mogelijk te sparen en af te lossen.

Wat doen de banken en andere institutionele beleggers dan met hun reserves? Zij kijken naar andere markten waar nog mogelijkheden zijn. Aangezien er meer zijn die dat doen, drukt dat het rendement op andere plaatsen omlaag of het risico omhoog.

 Ad 2. De negatieve rente, de subsidie op leningen bij de centrale autoriteiten (onder onderpand) die ze eventueel kunnen uitzetten met rente (als dat lukt), die dan bovenop de subsidie komt. En als de uitlenende instantie niet al te kritisch is, dan draagt die ook het risico, terwijl de rente op het onderpand bij de lener binnenkomt. Dan kunnen ook de reserves bij de centrale autoriteit geminimaliseerd worden, bij voorkeur uitgezet bij de minst risico in zich dragende cliënten, omdat de uitlener daar zelf het risico draagt.

 Zo kan voor de banken en andere institutionele beleggers misschien nog een aardig rendement bereikt worden, overigens gedeeltelijk ten laste van de monetaire autoriteiten (inclusief de belastingbetaler, die overal garantie voor staat), maar of de effecten overtuigend positief zijn voor de stand van de economie, wat de uiteindelijke bedoeling is, is maar de vraag.

Geplaatst 16 april 2006