Convergentie of Contingentie?

Het internet is in het algemeen bij verstandige raadpleging een betrouwbare bron van informatie. Typt men het woord convergentie in, dan komt er van alles op. Als voorbeeld van een convergentietheorie kan men bijvoorbeeld bij de econoom Jan Tinbergen terecht die indertijd verwachtte dat het Russische communisme en het Amerikaanse kapitalisme geleidelijk naar elkaar zouden toegroeien naar een Europees model van gecorrigeerde markteconomie.

Achteraf lijkt dit een nogal naïeve voorstelling van zaken. Het gaat ervanuit dat een convergentie van ontwikkelingen zou uitmonden in een stabiele situatie. Dat is evenwel geenszins een algemeen resultaat. Het kan ook heel anders lopen. De uitkomst kan ook geheel onberekenbaar zijn. Tinbergen en zijn medestanders geloofden in de bestuurbaarheid van de samenleving. Veel politici gaan daar nog steeds vanuit. Anders zouden ze hun beroep beter kunnen opgeven. Talleyrand had het indertijd heel goed gezien: “Wie niet voor 1780 geleefd heeft, kent de zoetheid van het bestaan niet”, sprak hij tot een van zijn jongere tijdgenoten, en ofschoon zijn constatering alleen betrekking had op de tienduizend tellende bovenlaag, was dit, en is dit nog steeds, van toepassing op alle burgerlijke klassen. In dat jaar kwam na de Franse revolutie de politiek het burgerlijk leven in en creëerde een nieuw beroep, van alle nutteloze en overbodige beroepen het schadelijkste: de beroepspoliticus. “Sedertdien is alles anders geworden en niet beter, het aantal ervan is groter geworden aan wie door het menselijk onverstand een behaaglijk werkloos inkomen wordt gegund.” Aldus Talleyrand. Zijn visie is helaas nog steeds van toepassing. Politici komen gedurig met wenselijkheden om zich te afficiëren met het oog op de komende verkiezingen.

Hoe mogen we nu aankijken naar de voorspelbaarheid van de Amerikaanse verkiezingen? Hoe komt het dat een Trump, die uit het niets opdoemt en een zodanige bijval krijgt, maar waarvan niemand weet wat hij gaat doen als hij de verkiezingen wint?

Of hoe komt het dat de weerzinwekkende Islamietische Staat, eveneens plotseling uit het niets opkomt, met een overweldigende volksverhuizing tot gevolg?

Het betreft hier ook convergenties van ontwikkelingen, richtingloos, onvoorzienbaar en daardoor onbestuurbaar. Aan de oorzaakzijde liggen contingente krachten, mogelijk, maar niet zeker.

In het min of meer recente verleden valt te denken aan Napoleon, Mussolini, Stalin, Hitler. Langer geleden aan Luther, die de reformatie met al haar gevolgen op gang bracht.

Een factor die hier meespeelt, en die wel over het hoofd wordt gezien is de neiging tot imitatie, die tot onvoorspelbare zwermen leidt. Sprinkhanenplagen, zwermen vogels die plotseling opvliegen, vissen die in scholen zwemmen, buffalo stampedes in de prairies van Noord Amerika.

De neiging tot imitatie en zwermvorming is niet beperkt tot de dierenwereld. Van jongs af aan imiteren we het gedrag binnen gezin, school, vereniging. Hoe zouden we anders leren spreken, als we het niet van jongs af aan door imitatie van onze ouders en andere gezinsleden zouden leren?

Hier terzake doende zwermvorming komt door imitatie in het maatschappelijk verkeer: iemand doet iets, het valt in vruchtbare bodem, dwz. vindt navolging en verspreidt zich op grote schaal. Een recent voorbeeld is de zelfverbranding van die radeloze Tunesiër die de zg. Arabische Lente op gang bracht. De onderliggende spanning was aanwezig, maar iemand moest de lont in het kruitvat ontsteken. Een voorbeeld van contingentie: een gebeuren, mogelijk, maar niet noodzakelijk, of niet noodzakelijk op dat moment in en met die gevolgen.

We zien het ook bij het aantreden van Trump in de Amerikaanse verkiezingen. Wie had verwacht dat een buitenstaander zoals Trump van begin af aan zo’n bijval zou krijgen? En dat hij aangespoort door zijn eerste overwinningen via imitatie steeds meer kiezers achter zich zou kunnen krijgen? Aan zijn boodschap ligt het niet, die is op meerdere punten te vaag of zelfs tegenstrijdig!

Iets dergelijks zien we in ons land met Wilders, en eerder met Pim Fortuyn. Veel kiezers zijn of waren ontevreden met de politieke gang van zaken, vinden/vonden dat de politici aan het bewind er een potje van maken en zoeken/zochten verandering zonder zich te bekommeren over wat er dan wel in de plaats zou moeten of kunnen komen.

Maar ook of die verandering ook een verbetering zou inluiden is de vraag die niemand oplost. Het Westen kent open samenlevingen, waarin iedere burger de vrijheid heeft van geloof en op politiek gebied de vrijheid heeft een eigen mening te hebben en uit te dragen. Hij of zij mag overal wat van vinden en nastreven binnen de grenzen van de rechtstaat. Dat betekent ook een gedurig geschil over wat er gedaan moet worden en wat er niet gedaan moet worden. Contingency overheerst en tast de bestuurbaarheid aan. Het is niet zo dat convergentie de ontwikkeling stuurt naar een stabiele eindsituatie in de trant van Tinbergen’s convergentietheorie. Integendeel, voorzover er convergentie is, is het bereikte resultaat vaak onstabiel. Conclusie: de democratische rechtstaat is alleen bestuurbaar als de burger de mogelijke, maar niet noodzakelijk de meest efficiënte, uitkomsten van het politieke gevecht aanvaardt!

We zien hetzelfde in internationaal verband. De politiek staat machteloos tegenover contingente verstoringen van de bestaande – vaak labiele – politieke verhoudingen, zoals bovengenoemd de Arabische Lente, de Islamietische Staat en de armoede en onrust in het oosten, midden, en noorden van Afrika. En de daaruit voortvloeiende vluchtelingenstromen naar Noord- en West-Europa. Het Midden-Oosten is inmiddels een adderkluwen geworden, met onoverzichtelijke driehoeksverhoudingen tussen belanghebbende en elkaar bestrijdende partijen. Contingentie galore! Convergentie ho maar! De onzekerheden en de verschillende visies en belangen blokkeren een efficiënt optreden van de belanghebbende partijen. Niemand kan voorzien wat de uitkomst zal zijn!

Lopikerkapel, 1-3-16