Stagnatie totdat de verliezen uit de wereld zijn

De huidige crisis is ontstaan door overinvestering en onderbesparing, zo zou de ‘crisiseconoom’ Friedrich Hayek (1899) het gezien hebben. De economie herstelt zich pas weer als de huishoudboekjes weer op orde zijn. Dat kan op drie manieren. De voor het publiek meest pijnlijke, maar politiek makkelijkste manier om uit de crisis te komen is inflatie. Een tweede manier is faillissement van banken, maar dat stuit op te grote belangen. De derde weg is ontbinding van de euro, zodat de huidige macro-economische onevenwichtigheden kunnen verdwijnen. IJsland laat zien hoe goed dit werkt. 

De ervaring leert dat in het Eurogebied geen van de drie bovenstaande wegen wordt bewandeld. In de praktijk gaat het om oninbare vorderingen, die, als ze niet kunnen worden afgeschreven, uitlopen op bedrijfssluiting al of niet via faillissement. Het recente voorbeeld is dat van het faillissement van V&D, met de nasleep van deconfitures van toeleverings-bedrijven die op krediet geleverde zaken niet betaald krijgen. Maar ook overheden kunnen oninbare schulden hebben, waardoor institutionele beleggers, zoals banken, levensverzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen in moeilijkheden geraken, die in het belang van het publiek gered worden, waardoor de zaken niet beter worden.  

 Bankencrisis

De regeringen in de verschillende Europese lidstaten hebben grote begrotingstekorten en weten niet hoe in deze situatie te handelen. De banken konden het niet aan en vroegen om ondersteuning omdat de reserves waren uitgeput. De voorbeelden uit de traditionele literatuur inzake bankpolitiek gaan uit van minstens 8% eigen geld voor Commercial Banks, handelsbanken. Door teveel krediet uit te geven zat een aantal grote banken met ongeveer 3% al jaren onder deze norm. Daarmee hebben ze het niet gered.

Kijk van Hayek

Hayek zou gezegd hebben dat de westelijke wereld zich bevindt in een situatie van overinvestering en onderbesparing. Bij de overheid, bij bedrijven en particuliere beleggers in woningen en effecten. De banken hebben niet alleen spaargelden doorgegeven voor de financiering van investeringen, wat hun normale functie is, ze hebben daarnaast ook nieuw geld gecreëerd. Daarmee gaan de banken hun werkgebied niet te buiten, mits ze de dekking in de gaten houden. In de top van de hausse is het echter verleidelijk meer geld uit te lenen, dan de besparingen toelaten. Dan kan je er gif op innemen dat de teveel uitgegeven financiering niet terugkomt.

In ons land, alsook in de gehele westerse wereld is het werkgebied van de in origine handelsbanken uitgebreid met allerlei andere activiteiten, zoals het uitgeven van hypotheken voor woningen, het spelen voor effectenmakelaar, het financieren van consumentenkrediet, het afdekken van overheidstekorten. Tenslotte zijn veel en grote banken recent de weg opgegaan van ,,speculative trading”, wat ze beter hadden kunnen overlaten aan hedge funds en dergelijke. Aan al deze uitbreidingen zijn risico’s verbonden die moeilijk in de hand te houden zijn. In de huidige crisissituatie komen zulke risico’s te voorschijn als verliezen, die de reserves aantasten, bij de banken eufemistisch bekend als ,,stroppen”.

Tijd voor Keynesiaans stimuleringsbeleid?

De regeringen in de westelijke wereld zijn zelf de grootste ontspaarders. De ,,bezuinigingen” – zo die er überhaupt zijn – nemen dit feit niet weg, integendeel, zij doen een aanslag op het inkomen – en dus van de besparingen – van gezinnen en bedrijven. Door het uitlokken van meer bestedingen van de particuliere sector wordt het probleem niet opgelost, maar alleen verschoven.

Een beleid van meer bestedingen van de openbare sector zou in die visie helpen de conjunctuur weer op gang te brengen.

Tegen zo’n beleid van ,,priming the pump” via meer overheidsuitgaven, zoals in het verleden aanbevolen door Keynes en waar veel economen nog achterstaan (waaronder de Amerikaan Paul Krugman), bestaat echter een aantal bedenkingen. Ten eerste mag men zich afvragen hoe deze meerdere uitgaven worden gefinancierd. Het besparingentekort van de overheid wordt er alleen maar groter door. Voorts is de keynesiaanse theorie gegrond op de gedachte dat gezinnen een vast percentage van hun inkomen besparen. Dat percentage staat in crisissituaties als deze niet meer vast – als het ooit heeft vastgestaan. Gezinnen die het zich kunnen veroorloven besparen meer dan normaal, uit angst voor de mogelijkheid straks in de problemen te komen. Gezinnen die het zich niet kunnen veroorloven besparen helemaal niets, of raken zelfs in de schuld.

Huishoudboekjes weer op orde

Dat geldt voor gezinnen, banken, bedrijven en last but not least de overheden. Het betekent tegelijk het aanvaarden en afboeken van de opgetreden verliezen. Vanzelfsprekend staat niemand voorop om deze verliezen te dragen. Daardoor loopt alles vast. Met pappen en nathouden, het redden van banken, het schonen of subsidiëren van zwaarwegende belangen schiet het niet op en wordt de depressie alleen maar verlengd. Aldus Hayek. 

Geplaatst: 28 oktober 2014, maar nog steeds actueel. Updated 29 maart 2016. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.