Piketty: Marx in een nieuw jasje

Een van mijn vrienden vroeg me of hij het nieuwe boek van Piketty – ,,Capital in the 21st Century” moest gaan lezen. [1] Ik zag ertegenop om voor een gedegen antwoord de 696 bladzijden van de Engelstalige uitgave door te nemen en heb en daarom eerst volstaan met het Executive Summary van Aaron Thibeault.  Intussen blijkt dat er naar aanleiding van dit boek  het boek er  vandaag veel te doen is over de ongelijkheid in de inkomens- en vermogensverdeling. Overigens bevat het boek oude wijn in nieuwe zakken. De overeenkomst met de aanpak van het verschijnsel door Marx is opvallend. Bovendien lijken de angstige verwachtingen van Piketty net zo zwak als de voorspellingen van Marx.

 Piketty

 Het boek dat Piketty heeft geschreven is dik en uitgebreid, interessant en voortreffelijk gedocumenteerd. Zijn conclusies zijn overigens betrekkelijk simpel. Zijn verwachting is dat de groei van het nationaal product ook in de toekomst niet veel meer zal zijn dan 1 á 2% per jaar, en het vermogensrendement 4 á 5 %. De groeiverwachting is een extrapolatie van de groeicijfers van Maddison.[2] De aanname van een vermogensrendement van 4 á 5% is overigens bescheiden. De kapitaalfondsen van universiteiten in de VS haalden een in de periode 1980-2010 rendementen van 6 tot 10%.[3] Dit maar als voorbeeld. Het verschil dat hij hier raamt op 3% per jaar zal worden geïncasseerd door de vermogensbezitters. Het kapitaal van de vermogensbezitters neemt daarmee sneller toe dan het nationaal product. De niet-vermogensbezitters houden dus minder over. Dat zou betekenen dat de reeds bestaande inkomensongelijkheid trendmatig zou toenemen. Piketti wijst er wel op dat het beginsel van de trendmatige accumulatie van kapitaal niet echt nieuw is en eerder bij Marx te vinden is. Het minder over houden van de niet-vermogensbezitters werd door Marx gezien als ,,uitbuiting”. Marx heeft de verdienste dat hij de dynamiek van het kapitalisme veel eerder door had dan veel anderen. Hij had echter niet de mogelijkheden zijn theoretische grondslag zo grondig te documenteren als Piketti dat nu kan.

 Zoals gezegd valt de overeenkomst met Marx meteen op. Ik citeer hier de zes hoofdlijnen van Marx’s theorie zoals Alexander Gray die ooit samenvatte:[4]

  1. Het historisch materialisme. Daarmee wordt bedoeld dat het economisch karakter van de maatschappij, waarin de beslissingen van de bevolking hun weerslag vinden, overwegend bepalend is voor de loop van de geschiedenis. Zoals het Communistisch manifest van 1848 het beschrijft: ,,de geschiedenis van iedere maatschappij tot nu toe is de geschiedenis van de klassenstrijd”.
  2. De eeuwigdurende klassenstrijd. ,,Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekte dan weer open strijd, een strijd die ieder keer eindigde met een revolutionaire omvorming van de gehele maatschappij of met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen.” Aldus het Communistisch manifest. Hierin komt het historisch materialisme tot uitdrukking. Herkenbaar s hier de invloed van Hegel (these – antithese –synthese) op het denken van Marx.
  3. De arbeidswaardeleer. Karl Marx ging er van uit dat arbeid de bron van alle waarde is. De hoeveelheid maatschappelijk doelmatige arbeid bepaalt de waarde van een product. In feite heeft Marx de (overigens verouderde) arbeidswaardeleer van de klassieke economen (David Ricardo) verabsoluteerd.
  4. De meerwaarde, de grondslag voor de uitbuiting, is het verschil tussen opbrengst en arbeidskosten, oftewel de winst die toevloeit aan het ,,kapitaal”; De uitbuiting van de arbeidersklasse in het kapitalistische systeem door de heersende klasse staat centraal in zijn denken.
  5. De industriële reservearmee, de ,,verpauperde” bevolking die leeft van de zo laag mogelijk gehouden lonen of soms helemaal geen regelmatig inkomen heeft. Dit maakte het mogelijk dat de kapitaalbezitters bij de productie ongelimiteerd uit het arbeidsaanbod kunnen putten. Dat geeft ook voeding aan de voortdurende klassestrijd;
  6. De wet van de kapitalistische accumulatie. Deze wet duidt op de onvermijdelijke groei van het kapitaal via de accumulatie van de meerwaarde, waarbij de grote vermogensbezitters de kleinere uit de markt verdringen.

 De Nieuwe Marx

 Wat heeft Piketty ervan gemaakt?

 Ad 1. Het historisch materialisme. Piketty noemt het historisch materialisme niet als zodanig, maar zijn benadering verschilt niet fundamenteel van die van Marx.

Ad 2. De klassenstrijd is nooit helemaal weg, maar is onvoldoende krachtig om de kapitalisatie uit te schakelen. Volgens Piketty is het noodzakelijk dat de belastinggaarder een handje gaat helpen.

Ad 3. De arbeidswaardeleer gebruikt hij niet met zoveel woorden, maar het productievolume vervult in zijn redenering wel dezelfde rol als de arbeidswaarde bij Marx. Hij stelt vast dat de groei van het productievolume op lange termijn 1 à 2% bedraagt.

Ad 4. Voor de meerwaarde, die bij Marx een fundamentele rol vervult neemt Piketty het verschil tussen het vermogensrendement dat hij stelt op 4 à 5%, en de groei van het productievolume van 1 à 2%. De kapitalisatie stelt hij daarmee vast op een groeivoet van gemiddeld 3% per jaar.

Ad 5. Op het bestaan van werkloosheid en de daaruit mogelijk voortvloeiende neerwaartse druk op de lonen gaat hij niet in. Dit is niet zijn onderwerp. Zijn onderwerp is de inkomens- en vermogensongelijkheid die voortvloeit uit het verschil tussen productiegroei en vermogensrendement.

 Ad 6. Wat de wet van de kapitalisatie betreft, het gaat Piketty om de trendmatige toeneming van de inkomens- en vermogensongelijkheid en daarvoor heeft hij het boek geschreven. Dat is ook waar het Karl Marx om ging (naast de verpaupering). Een kapitalisatie van 3% per jaar is een hoge groeivoet. Daarbij komt nog dat de kapitalisatiewet zegt dat de groten de kleintjes opeten. Het kapitaal komt zodoende in steeds minder handen, de daaraan verbonden machtsconcentratie is vindt Piketty verontrustend. Verontrustend, omdat daardoor de stabiliteit van de samenleving in gevaar komt. In de 19de eeuw is de inkomenssongelijkheid sterk toegenomen, zodanig dat voor het aanbreken van WOI (in 1910) de rijkste 10% van de Europese bevolking 90% van het kapitaal in handen had.[5] Dat leidde tot een enorme verwijdering tussen de bevoorrechte bovenlaag en de rest van de bevolking, die zich wreekte in de gebeurtenissen die tot de oorlog hebben geleid, alsook in de wijze waarop de oorlog werd gevoerd. Twee wereldoorlogen en een depressie hebben de bezitsverhoudingen danig opgeschud. Door de fysieke verwoesting van bezittingen, door geldontwaarding, door de economische inzinking in het interbellum. Na WOII beleefde de westerse wereld een enorme groei, deels inhaalgroei, deels nieuwe groei, waaraan de gehele bevolking deel had. Maar, aldus Piketti, in recente jaren begint de toeneming van de inkomensongelijkheid en de daaraan verbonden vermogensaccumulatie opnieuw de kop op te steken. Piketti erkent wel dat de vermogensaccumulatie niet eeuwig kan doorgaan, aangezien op den duur het vermogensrendement zou gaan afnemen. Dan is het wachten op de maatschappelijke veranderingen waarop Marx ook zat te wachten. Indirect is Piketti daarmee ook een kind van Hegel.

Beleidsimplicaties

 Om de kapitalisatie de voet dwars te zetten stelt Piketty voor de ,,meerwaarde” weg te belasten via winstbelasting, vermogensrendementsheffing en/of vermogensbelasting. Hij voorziet echter dat het moeilijk zal zijn om in de geglobaliseerde wereld van vandaag de benodigde combinatie van belastingen te coördineren. Dat neemt niet weg dat hij het wegbelasten van de meerwaarde als meest voor de hand liggende mogelijkheid ziet. 

Piketti gaat niet expliciet in op de vraag wat de belastingheffende overheden met al dat belastinggeld zullen gaan doen. Wel ziet hij kansen om de in veel westerse landen erg opgelopen overheidsschuld met de opbrengst af te lossen. Dat zou sterilisatie van private middelen met zich mee brengen. Wat daarvan weer de consequenties zijn maakt hij niet duidelijk. De opbrengst kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden voor verbetering van de infrastruktuur. Dan blijven de middelen in omloop.  

 Niet zo radicaal als Marx

 Marx had een kordate oplossing: alle productiemiddelen aan de staat. We hebben gezien waar dat op uitloopt.

 Door de twee wereldoorlogen en het interbellum is de kapitaalsaccumulatie onderbroken. Daadoor ontstond de illusie dat dit verschijnsel niet zou terugkeren. Piketti wil ons die illusie ontnemen. Als het doorgaat zoals nu, dat gaat het weer in de richting van een kapitalisme à outrance. Zijn oplossing: belast het ,,meerwaarde”-inkomen en het daaraan verbonden kapitaal. Lukt dat niet, dan lopen we volgens Piketti het risico van nieuw economisch nationalisme, protectie en dirigistisch beleid, hetgeen doet denken aan de gebeurtenissen in de eerste helft van de 20ste eeuw. Hij bepleit voor meer transparantie en meer toezicht op het kapitaal. Ook dat is een vrome wens.

 Piketti’s boek is ongelofelijk interessant. Hij bevestigt en documenteert de analyse en de waarschuwingen van Marx. Maar het antwoord dat hij voor ogen heeft is even weinig operationeel als dat van Marx.

 Zoals Heinrich Heine eens dichtte: “Es ist eine alte Geschichte. Doch bleibt sie immer neu.” 

Gedateerd 9 juni 2014

 [1] T. Piketti: Capital in the Twenty-First Century (2014); Vertaling uit het Frans: Le capital au XXI siècle (2013);  A.D. Thibeault: An Executive Summary Of Thomas Piketty’s Capital in the Twenty-First Century . 

[2] Zie www. ggdc.net/maddison/maddison-project/home.nl

[3] Zie Thomas Piketti: Capital in the Twenty-First Century, blz. 435 en 448. Uit deze tabellen blijkt ook hoe groter het fonds, hoe groter het rendement.

[4] In ,,The Development of Economic Doctrine” uit 1931

 [5] Zie tabel 7.2 op blz. 248