Kunstgoud

Geldpolitieke richtlijnen

De westerse wereld zit nog steeds in een crisis. Behalve een reële is het ook een monetaire crisis. In verband met dit laatste kunnen we teruggaan naar de controverse tussen het ,,currency principle” ofwel het ,,reguleringsbeginsel” en het ,,banking principle” of wel het ,,vrijheidsbeginsel”.

 Het currency principle houdt in dat de geldsomloop volledig door edelmetaal – goud of zilver – gedekt moet zijn: de metallieke standaard. Het is gericht op de stabiliteit van geldverkeer. Het banking principle geeft meer vrijheid bij de kredietverlening. Het is gericht op de noodzakelijke flexibiliteit op de financiële markten.

 In de 20ste eeuw is de metallieke standaard met horten en stoten aan de wilgen gehangen, met als klap op de vuurpijl dat de dollar in 1971 van het goud is losgekoppeld.

 Nu de vraag: wat is er nu van de controverse currency – banking principle overgebleven? Anders gezegd: wat zijn de richtlijnen van vandaag?

 De structurele norm van Zijlstra

 Een beperkt deficit op de rijksbegroting kan aanbevelenswaardig zijn want het helpt de geldvoorziening op peil te houden wanneer krapte de groei dreigt te belemmeren. Maar het mag niet overdreven worden.

 In de jaren dat Jelle Zijlstra minister was bracht hij op dit onderwerp een filosofie in stelling, waarmee hij de druk tot meer uitgaven van de zijde van zijn collega’s vakministers kon weerstaan: de structurele norm. Bewust van de noodzaak van een kredietverlening afgestemd op het tempo van de economische groei berekende hij een norm voor het tekort op de rijksbegroting, uitgaande van de verwachte inkomsten.

 Interessant is dat de structurele norm van Zijlstra in een dalende conjunctuur oproept tot bestedingsbeperking, dus bezuinigen tot het overschot past op de verminderde behoefte aan krediet voor een verantwoorde geldcirculatie. In de situatie van ongeveer nul groei zou de theorie van Zijlstra uitkomen op een sluitende begroting.

 De wereld van het ,,kunstgoud”

 Als de belastingopbrengst niet toereikend is om de staatsuitgaven te dekken moet de staat het ontbrekende uit de markt halen. Het staatsschuldpapier wordt dan ondergebracht bij de centrale bank, de staat krijgt daarvoor geld om zijn uitgaven te kunnen betalen.

 In 1971 werd de laatste op goud rustende valuta, de dollar, losgekoppeld van het goud en nam in de VS de staatsschuld de rol van het goud over. Dit bevestigde de al lang voor 1971 in de gehele wereld gangbare praktijk zg. ,,goudgerande waarden” door de centrale banken als dekking voor de geldcirculatie te accepteren als ware het echt goud. Van dit ,,kunstgoud” kan de politiek zoveel ,,delven” als je maar wil. De resultaten ervan zijn overal in de wereld te vinden in de vorm van meer of minder inflatie.

 De goedkoopgeldpolitiek van vandaag

 Op het moment van schrijven is het beleid van de centrale banken in de westerse wereld gericht op het zo laag mogelijk houden van de rente. Goedkoopgeldpolitiek om de economie op gang te brengen. In de VS wordt door obligaties op te kopen door de FED nieuw geld in omloop gebracht. In Japan wordt een soortgelijke politiek gevolgd. De ECB heeft in het vooruitzicht gesteld indien de noodzaak blijkt dit voorbeeld te volgen, maar houdt de rente wel laag.  Maar tegelijkertijd volgt de ECB een andere weg: het beleenbaar maken van staatsschuld van de lidstaten. Alles precies het tegendeel van de structurele norm van Zijlstra.  

 Goedkoopgeldpolitiek – het codewoord is tegenwoordig QE, quantitative easing – kan niet eeuwig worden voortgezet. De rente zal eens weer gaan stijgen. Vóór die tijd willen binnenlandse en buitenlandse bezitters van dollar- of andere obligaties van hun obligaties af, want die zouden wel eens in waarde kunnen dalen. Denk aan China, dat een omvangrijk bezit aan dollerobligaties heeft opgebouwd. Dat is maar een voorbeeld. De problematiek is veel algemener: een overvloed aan geldmiddelen bij banken, institutionele beleggers en het publiek, dat een uitweg zoekt, liefst met rendement, maar in elk geval met bescherming tegen waardevermindering.

 Vluchten kan niet meer

 Waarheen met al dat geld? Welke van de bestaande opties is de beste? Goud? De Euro? Andere valuta? Grondstoffen? Vastgoed? Kunst? Aandelen? Deze vluchtwegen bieden maar beperkte ruimte. Wanneer de overvloed aan geldmiddelen zijn weg zoekt, dan kan dat op leiden tot prijsstijgingen op al deze markten en een nieuwe bubble. Hoe de monetaire autoriteiten daarop zullen reageren is niet te voorspellen.

 Wij weten het allemaal. Als het vertrouwen in het geld taant en er komt steeds geld bij, meer dan er behoefte aan is, dan kan het snel bergafwaarts gaan met de stabiliteit op financiële markten.

Gedateerd 15 mei 2014