Duidelijkheid en stabiliteit in de EU

Het EU-beleid is ontstellend vaag. Het bemoeit zich met van alles, zonder duidelijke beleidslijnen. Op de onderstaande punten is er behoefte aan meer duidelijkheid.

Meer nadruk op het economisch aspect is nodig. Daarvoor werd de EEG indertijd opgericht. Een (regionaal) gedifferentieerd economisch beleid is toelaatbaar vanwege de grote verschillen in welvaartsniveau binnen de EU. Sociale en culturele activiteiten krijgen nu wel erg veel aandacht, veel van die aandacht betreft zaken waarvoor de EU geen bevoegdheden heeft en die aan de lidstaten kunnen worden overgelaten. 

Consolideren van het bestaande. In het verleden is ongelooflijk veel gedaan om de landen van de EU bijeen te brengen. Er blijft echter nog veel te doen. Onderling afstemmen van rechtstelsels. Harmonisatie van de sociale zekerheid, in het bijzonder ten aanzien van de arbeid. Ontwikkeling van achtergebleven lidstaten en regio’s. Versterking van de bestuurskracht van de EU. En met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, niet alles centraliseren, veel kan worden overgelaten aan de lidstaten. Het zal wel een probleem blijven dat veel reglementering aan ,,Brussel” toegeschreven wordt, terwijl het de lidstaten zijn die erom vragen.  

 Verdere uitbreiding? De bevolkingen van de lidstaten moeten nog steeds aan elkaar wennen. Zolang dat nog zo is, is het niet urgent aan verdere expansie te denken.  Het ziet ernaar uit dat de EU nu al bezig is uit zijn krachten te groeien. Laten we duidelijk zeggen dat de EU zich om pragmatische redenen beperkt tot de huidige oostelijke en zuidelijke buitengrenzen.

Het is ook helemaal niet nodig om de EU internationaal ,,op de kaart te zetten”. De EU heeft genoeg mogelijkheden in zichzelf. Wat nu nodig is meer bestuurskracht en een duidelijk beleid. Onder druk der omstandigheden begint het op financiëel gebied te komen. De bestuurskracht op andere terreinen, zoals het buitenlands- en veiligheidsbeleid, is er nog weinig beweging. 

Het is ook niet nodig om de wereld buiten de EU te willen verbeteren. Binnen de EU is er nog genoeg te doen. Het is goed daar de meeste aandacht en energie op te richten. Dat wil niet zeggen dat de buitenwereld ons niets zou kunnen schelen. De EU kan niet zonder handel en andere verbindingen met de buitenwereld. Er is ook niets tegen gecoördineerde humanitaire actie binnen de EU of de VN. Maar ieder het zijne. Europa hoeft de verantwoordelijkheid voor wat er buiten de EU gebeurt niet over te nemen. Was het wel zo nuttig dat politici uit de EU landen de opstand in Kiev moreel gingen ondersteunen? Was het niet eerder schadelijk? Met welk moreel gezag kan het Westen Poetin nu voor straf in de hoek zetten?

Vermijd avonturen. Soortgelijke ontwikkelingen als bij de Oekraïne zijn ook mogelijk, of zelfs waarschijnlijk, in het Midden-Oosten. We zitten nu met allerlei beloftes aan Turkije. Met Turkije worden nog steeds onderhandelingen gevoerd met het perspectief op toetreding. Het is helemaal de vraag of de bevolking van de lidstaten daar zo gelukkig mee is.

 De geruchten gaan dat in Turkije zo langzamerhand de overtuiging groeit dat de cultuurverschillen voor toetreding eigenlijk te groot zijn. Misschien kan de Ministerraad — eindelijk — uitkijken naar een oplossing zonder Turkije en de onderhandelingen afbreken. 

Een gecoördineerde defensie om de buitengrens af te bakenen. Geen eigen acties van afzonderlijke lidstaten buiten de andere lidstaten om, hoe belangrijk een actieve interventie ook mag zijn. Of de EU zich in de toekomst zal ontwikkelen tot een federatie of een andere vorm van politieke eenheid kan later worden beslist. Wel kan daarop vooruitlopend het buitenlandbeleid zeker in militaire zaken worden gecoördineerd binnen de EU of samen met de NAVO of de VN. Zoiets gebeurt nu reeds door de versterking van de defensie aan de oostgrenzen van Polen en de Baltische lidstaten. Toch is het oppassen geblazen dat die versterking niet als provocatie wordt opgevat.  

Het vrije verkeer van personen en werknemers. Van iemand die in een ander land gaat werken en/of zich vestigt mag verwacht worden dat hij of zij zich zal houden aan de daar geldende regelingen en  gewoonten en zich de landstaal binnen redelijke grenzen eigen maakt. Daar ontbreekt nog het nodige aan. Daartegenover zou ook een beloning moeten staan die in verhouding tot het peil van het land waar de persoon is gaan werken. Ook daar ontbreekt nog wel het een en ander. De EU draagt overigens geen verantwoordelijkheid voor de opvang van personen die vanuit de zuidelijke of oostelijke lidstaten in noordwest Europa komen werken. Voor zover er opvang geregeld zou moeten worden is dit een taak voor de lidstaten. Voor het vreemdelingenbeleid ligt dit anders. 

 Gedateerd 15 mei 2014